WebQuiz Sturen en beheren van het teeltproces in de boomkwekerij (niveau 3/4) - Test je kennis

 

Wat weet jij van het teeltproces in de boomkwekerij? Er is hierover veel informatie op internet. Beantwoord onderstaande vragen en test je kennis.

 

 

 

 

1. Je hebt een laanbomenteelt van tweejarige spillen. De bedbreedte is 80 meter, de padbreedte is 20 meter. Bereken de ruimtebenutting. Je mag afronden.

  De ruimtebenutting is 80%
  De ruimtebenutting is 75%
  De ruimtebenutting is 100%.

 

2. Als je de kostprijs van een product berekent heb je te maken met vaste kosten en variabele kosten. Wat zijn vaste kosten?

  Zaken waarvan je weet dat deze kosten iedere keer weer terugkomen, zoals zaai- of stekgoed en potgrond
  Dat zijn de arbeidskosten, deze blijven altijd deel uitmaken van de kostprijs.
  Zaken waarvan de kosten altijd gelijk blijven, hoeveel product er ook wordt geproduceerd (machines, gebouwen)

 

3. Door saldoberekeningen te maken van verschillende teelten kun je nagaan welke het meest winstgevend is voor je bedrijf. Wat is het saldo van een teelt?

  Saldo = opbrengsten - toegerekende kosten.
  Saldo = toegerekende kosten - opbrengsten.
  Saldo = kostprijs - kosten.

 

4. Bereken wat de opbrengst is van een perceel bos- en haagplantsoen met de volgende gegevens:

Aantal planten geplant2000
Uitval25%
Onverkoopbaar20%
Verkoopprijs per verkochte plant€ 1,00

 

  € 1100,00
  € 1200,00
  € 2000,00

 

5. Is het voor een boomkwekerijbedrijf verplicht om een gewasbeschermingsplan te hebben?

  Nee, het is alleen belangrijk dat je geen verboden middelen in de kast hebt staan.
  Nee, een gewasbeschermingsplan is niet verplicht maar een logboek is wel verplicht.
  Ja, vanaf 1 januari 2005 is het hebben van een gewasbeschermingsplan verplicht.

 

6. Wat is de definitie van Winst?

  Winst = Opbrengsten + Kosten
  Winst = Opbrensten - Kosten
  Winst = Kosten - Opbrengsten

 

7. Wat hoort niet bij de stuurfactoren om een plant te laten groeien?

  Watergift
  Voedingsstoffen
  Bestrijdingsmiddelen

 

8. Bij een berekening voor wat een teelt kost gebruik je 'toegerekende kosten'. Dat zijn de kosten die variëren met de oppervlakte die je teelt. Wat valt er onder toegerekende kosten?

  De kosten van machines en de huur van de kassen.
  De opbrengst van de planten die je verkoopt.
  De hoeveelheid potgrond, kunstmest, stekmateriaal.

 

9. Je hebt een containerteelt van éénjarige coniferen. Bereken hoeveel planten er op een veld van 100 m2 staan. De plantafstand in cm is 9 x 9. De ruimtebenutting is 75% (de rest is paden). Je mag afronden.

  12340 planten.
  8100 planten.
  9260 planten.

 

10. Als teler hoop je natuurlijk niet op uitval bij je product. Stel, je kweekt een product dat een kostprijs heeft van 40 cent per stuk. Wat gebeurt er met de kostprijs als er sprake is van 5% uitval?

  De kostprijs wordt dan 44 cent
  De kostprijs wordt dan 46 cent
  De kostprijs wordt dan 42 cent

 

11. Welke indeling in kostenposten kun je maken?

  Indirecte kosten, Arbeidskosten en Belastingkosten
  Toegerekende kosten, Arbeidskosten en Vaste kosten
  Toegerekende kosten, Directe kosten en Arbeidskosten

 

12. Je hebt een perceel houtige siergewassen (Elaeagnus) in containerteelt, handveredeling, in potten van 0,5 liter. Wat kost de meeste tijd bij deze teelt?

  Het oppotten van de planten.
  Het onkruid wieden.
  De handveredeling maken.

 

13. PPO Bomen heeft een teeltsysteem ontwikkeld waarbij de gewassen in ingegraven goten worden geteeld. Wat is één van de voordelen van dit systeem?

Bekijk het filmpje.
  Er hoeft minder grond aangevoerd te worden voor de teelt in goten.
  De gewassen worden langer en hoeven minder gesnoeid te worden.
  Er spoelt minder mest en gewasbeschermingsmiddel uit naar het grondwater.

 

14. Hoe kun je het aantal planten in een kap of op een perceel berekenen?

  Aantal planten per perceel = ruimtebenutting / plantafstand
  Aantal planten per perceel = (oppervlakte/plantafstand) x ruimtebenutting
  Aantal planten per perceel = bedbreedte / (bedbreedte - padbreedte)

 

15. Beregenen tijdens droge perioden bevordert de gewasgroei. Een tijdige beregening is een ‘must' maar te snel en te veel beregenen is niet goed. Wat is het nadeel van te veel beregenen?

  Dit veroorzaakt te snelle groei van het gewas.
  Dit veroorzaakt verdroging van de grond.
  Dit veroorzaakt een stikstoftekort voor het gewas.